Een pedagogisch beleid?

Het pedagogisch beleid van Jeugdzorg Emmaüs Antwerpen is de rode draad doorheen alle afdelingen en teams. Het is de kader waarop elke medewerker terugvalt. Hiervan vertrekken we bij elke actie die we nemen.

 

Twee grote delen

Het pedagogisch beleid van Jeugdzorg Emmaüs Antwerpen bestaat uit twee grote delen: 

  1. een sterke grond met enkele brede theoretische pijlers 
  2. specifieke kaders op maat

 

Deel 1: Een sterke gemeenschappelijke grond.

We kiezen voor een sterke grond met enkele brede theoretische pijlers. Die is dezelfde voor alle afdelingen en binnen alle lagen van de organisatie. De gemeenschappelijke basis brengt consistentie, wederkerigheid en samenhang binnen de organisatie.

 

Empowerment

De eerste pijler van ons pedagogisch beleid is empowerment. Dit betekent dat we niet alleen focussen op ‘problemen’. We kijken vooral naar de krachten van de jongeren/het gezin en hoe we die kunnen versterken. Kinderen, jongeren of hun gezin worden niet ‘behandeld’, maar we gaan een gelijkwaardige dialoog aan. Daarin heeft ieder een waarbij elk vanuit zijn expertise het begeleidingstraject mee vormgeeft.

We vertrekken van een positief mensbeeld: mensen zijn in staat om binnen hun mogelijkheden te groeien en veranderen waardoor ze de regie van hun leven in handen nemen. 

Dat vraagt om een specifieke houding van de begeleiders. Aandachtige aanwezigheid en voortdurende afstemming staan centraal in onze benadering, zowel in de omgang met  cliënten als collega’s.

 

EEN EMPOWERENDE BASISHOUDING: WAT BETEKENT DAT?

  • We sluiten aan bij de hulpvraag van gezinnen
  • We stemmen af op het angstniveau
  • We richten op wat goed gaat
  • We komen cliënten tegemoet met hulp
  • We zijn vasthoudend en geven niet zomaar op
  • We benaderen iedereen respectvol
  • We zijn transparant 
  • Echtheid in relatie
  • We erkennen ieders culturele en etnische achtergrond
  • We zijn nieuwsgierig 
  •  We zien crisissen als kansen 

Elke medewerker in Jeugdzorg Emmaüs wordt hierin getraind.

 

Evidence-based practice breed benaderd

In alle afdelingen van Jeugdzorg Emmaüs streven we altijd effectiviteit na. Maar we benaderen dit niet eng als simpelweg effectieve methodieken gebruiken. In de praktijk kunnen we niet alleen werken met evidence based methodes als we ook kwaliteitsvolle hulpverlening willen garanderen. We vertrekken vanuit een brede benadering van effectiviteit. 
 
Dit betekent dat er niet alleen aandacht is voor het werken met wetenschappelijk onderbouwde methodieken, maar ook voor professionele expertise ontwikkelen en leren inzetten, een voortdurende dialoog met de cliënt, een lerende organisatie uitbouwen, het beleid signaleren, oog hebben voor de bredere samenleving, etc. 

 

De professionele rugzak van begeleiders

Naast empowerment en een brede benadering van ’evidence based practice’, gebruiken we in Jeugdzorg Emmaüs ook enkele meer specifieke theorieën zoals Nieuwe Autoriteit, hechtingstheorie, systeemtheorie, e.a. Die zijn niet gelinkt aan een doelgroep of afdeling, maar vormen ‘de professionele rugzak’ van onze begeleiders. Hierin zit bijvoorbeeld:

  • Nieuwe Autoriteit. Nieuwe Autoriteit is ontstaan vanuit de confrontatie van Haim Omer (professor psychologie in Tel Aviv, Israël) met de machteloosheid van veel voormalige gezaghebbers. Omer spreekt daarom over de nood aan een nieuwe vorm van gezag, die niet langer de kinderen en jongeren zomaar vrij laat, zonder grenzen, maar die ook niet terugkeert naar de oude autoritaire vorm van gezag. Centraal in Nieuwe Autoriteit staat een gedeelde waakzame zorg en verantwoordelijkheid. Jeugdzorg Emmaüs past Nieuwe Autoriteit toe op verschillende niveaus: in de leefgroepen, in de thuisbegeleiding, in oudergroepen en in een project met de kwetsbare buurt ’t Kiel. 
     
  • De hechtingstheorie. De basis van de hechtingstheorie is het idee dat élk kind van bij de geboorte contact zoekt met zijn ouders of primaire verzorgers. Van hieruit groeit een hechtingsrelatie. De motor van deze hechtingsrelatie is de mate waarin ouders/verzorgers gevoelig zijn voor de signalen van hun kind en ze beantwoorden. Soms groeit een relatie tussen ouders en kinderen niet uit tot een veilige hechtingsrelatie. Hierbij is het belangrijk dat hulpverleners optreden als ‘veilige havens’ en nadrukkelijk gevoelig zijn voor de kinderen en hun noden erkennen. Vanuit de hechtingstheorie werken we samen met de ouders door initiatieven tot contact van een kind te benoemen en het belang van hechting. Dit kan onder andere met video-interactiebegeleiding.
     
  • De systeemtheorie. Deze theorie focust op relaties met naasten over generaties heen, loyaliteiten, de balans tussen ‘geven’ en ‘nemen’ in relaties… Wanneer je vanuit deze invalshoek werkt, kan je bijvoorbeeld een genogram opstellen met een jongere of het gezin of een familie plaatsen via duplopopjes. Een belangrijk onderdeel is ook communicatie. Op welke manier communiceren jongeren/gezinsleden met elkaar? Wat is ieder zijn rol? Wat maakt dat er discussies ontstaan? Welke patronen zien we ontstaan?

 

Deel 2. Specifieke methodieken op maat

Vanuit deze gedeelde basis passen we vervolgens voor elke afdeling en/of werkvorm methodieken op maat aan. Zo voegen we methodieken toe die afgestemd zijn op de doelgroep en eigenheid van de afdeling.

 

In de mobiele afdelingen werken we bijvoorbeeld met:

  • Intensieve pedagogische thuisbegeleiding (IPT)
  • Families First (FF)
  • Nieuwe Perspectieven bij Terugkeer (NPT)

 

In de residentiële afdelingen zetten we bijvoorbeeld in op Institutionele Pedagogie (IP). Die is gericht op de communicatie met jongeren, zo geeft die hen een stem. Kenmerken van IP zijn: 

  • expliciet een ‘wij’ creëren (eerder dan ‘de jongeren’ en ‘de begeleiders’)
  • voortdurend in dialoog gaan via bijvoorbeeld onthaalmomenten
  • bewonersvergaderingen
  • vertrekken vanuit ieders passie en talenten

 

In De Grote Robijn werken we met handelingsgerichte diagnostiek. Typisch voor dit model is dat we systematisch en doelgericht samenwerken met de cliënt en expliciet aandacht hebben voor positieve kenmerken. Hierbij kiezen we voor diagnostiek die is aangepast aan de behandeling (zinvolle diagnostiek).

 

In La Strada werken we met ervaringsleren. Centraal daarin staat processen faciliteren die de deelnemers prikkelen om buiten hun comfortzone te komen en op basis van ervaringen stil te staan bij hun eigen gedrag. Zo behalen we een optimaal leerrendement.

 

Dit pedagogisch beleid wordt vertaald in een afgestemd vormingsaanbod voor elke medewerker